Taal/lezen

Veilig leren lezen

We gebruiken in groep 3 de methode 'Veilig Leren Lezen, 2e maanversie’. In de methode wordt gewerkt met verschillende groepen.
Maan: De maangroep is de groep met kinderen die nog moeten leren lezen.
Zon: Voor kinderen die bij de start van groep 3 al een volledige letterkennis hebben en mkm-woorden vlot kunnen lezen.
Om binnen de maangroep in te kunnen spelen op niveauverschillen zijn er nog extra materialen:
Ster: Voor kinderen die extra instructie en oefening nodig hebben.
Raket: Extra pittige vervolgopdrachten voor kinderen die snel door de leerstof heen gaan.
De methode bestaat uit 12 leerstofkernen, deze kernen worden verspreid over het schooljaar aangeboden. In de eerste 6 kernen worden alle klanken en letters aangeleerd. Als een klank is aangeleerd wordt deze op het letterbord omgedraaid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen medeklinkers, korte klinkers ( a, e, i, o, u), lange klinkers (aa, oo, ee, uu) en twee-tekenklanken (au, ei, eu, ie, ij, oe, ou, ui).
Het is belangrijk om te weten dat de letters niet worden uitgesproken zoals u dat doet wanneer u het alfabet opzegt.
Hieronder staan enkele uitspraken die bij enkele letters horen:
- a (geen aa, maar als a in tak)
- aa (als in maan)
- b (geen bee, maar bu, met een onhoorbaar uitgesproken u)
- d (geen dee, maar du, met bijna onhoorbare u)
etc.

Elke kern heeft een eigen thema. De maangroep en de zongroep hebben hetzelfde thema. In kern 1 worden de woorden ingeleid met een prentenboek. In de andere kernen worden de woorden geïntroduceerd met een ankerverhaal in een reuzenleesboek.

De eerst 6 kernen hebben allemaal een eigen verhaal met een eigen kleur. In de eerste periode (kern 1 t/m 6) ligt het accent op het aanleren van de elementaire leeshandeling met daarnaast aandacht voor leesbegrip, spelling en creatief schrijven.
Bij elke kern hoort: een reuzenleesboek, woordkaarten met bijbehorende platen, woorden in het woorddoosje, de speelleesset, knipoogbladen, stempels, een leesboekje, zelfleesboekjes en een werkschrift. Deze materialen zijn voor iedere kern in een eigen kleur (bijvoorbeeld bij kern 1 rood en bij kern 2 geel). De kinderen hebben een eigen letterdoos en een klik-klak-boekje met de aangeleerde klanken.
We werken met het computerprogramma van Veilig Leren lezen. De kinderen krijgen regelmatig een beurt aan de computer. Bij het hoofdstuk software/ict kunt u meer lezen over het computerprogramma.
Hakken en plakken is een andere term voor spellen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van structureerstroken. De kinderen maken hierbij een verdeel-beweging.

In de tweede periode (kern 7 t/m 12) worden de leergangen technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en creatief schrijven verder uitgewerkt.
In de werkschriften wordt gebruik gemaakt van pictogrammen. Bij elk nieuw woord (en nieuwe letter) komen dezelfde soort oefeningen steeds terug zoals:
- welke woorden zijn hetzelfde?
- welke letters ontbreken?
- waar zie je de gekleurde letter?
- in welke woorden hoor je de …..(klank)?
- aankruisen van het goede plaatje
- Aan het eind van elke kern is een toets om te zien of de kinderen de aangeleerde stof voldoende beheersen.
Voor meer informatie over veilig leren lezen kunt u kijken op: www.veiliglerenlezen.nl

Taaljournaal

Sinds het schooljaar 2006-2007 werken wij met de methode Taaljournaal. De nieuwe Taaljournaal is een methode voor taal en spelling voor groep 4 tot en met 8.

Wat motiveert in Taaljournaal is dat kinderen kunnen kiezen uit verschillende activiteiten. Ze bepalen zelf hoe ze de leerstof willen verwerken.
Taaljournaal biedt elke week maximaal vijf keuzeactiviteiten. De activiteiten behandelen hetzelfde leerdoel maar sluiten aan bij de verschillende leerstijlen van kinderen. Het ene kind zal bijvoorbeeld kiezen voor een stelopdracht uit het activiteitenboek. Het andere kind wil graag aan de slag met een zoekopdracht op internet. Kinderen kiezen wat ze zelf leuk vinden en krijgen meer plezier in taal.

Taaljournaal Spelling is gericht op het ontwikkelen van probleemoplossend gedrag bij kinderen. Kinderen moeten zich bewust worden van moeilijke stukjes in een woord om zo een passende oplossingsstrategie te kunnen kiezen. Nadrukkelijk wordt aandacht besteed aan de bewustwording van moeilijke stukjes in een woord en het gebruik van zogenoemde stappenplannen.

Taaljournaal is een adaptieve methode die aandacht heeft voor de verschillen tussen kinderen in:

Voor meer informatie kunt u kijken op: www.taaljournaal.nl

Schatkist lezen

Schatkist lezen gebruiken wij als bronnenboek bij de groepen 1 en 2. In Schatkist staat de taalontwikkeling centraal. De volgende onderdelen komen hierbij aan bod:

  • de taalontwikkeling, het uitbreiden van de woordenschat,
  • de kleuters kennis laten maken met boeken en verhalen,
  • kleuters bewust maken van de vormaspecten van taal en
  • de kleuters oriënteren op de functies van geschreven taal.

Schatkist is opgebouwd rondom 20 voorleesverhalen en bevat allerlei spel- en taalactiviteiten.

Schatkist met de muis bestaat uit 5 cd-rom’s. Bij het hoofdstuk software/ict vindt u hier meer informatie over schatkist met de muis. Voor meer informatie over schatkist lezen kunt u kijken op: www.zwijsen.nl

De ontdekset

De ontdekset gebruiken wij vaak bij de spelletjes middagen voor de oudste kleuters. Deze set bestaat uit negen spelletjes. Het doen van ontdekkingen op gebied van lezen staat hierbij centraal. De spelletjes bestaan onder meer uit rijmlotto, woorden puzzel en beginklankdomino.

Lezen in Beeld

Dit schooljaar zijn we gestart met de methode ‘Lezen in Beeld’ , een methode voor begrijpend lezen. Lezen in beeld biedt een jaarprogramma voor 34 schoolweken en is opgebouwd uit acht blokken van vier weken. Zes krachtige leesstrategieën vormen de basis van de leerstof. Maar voor kinderen is het werken met strategieën vaak lastig. Daarom vertaalt Lezen in beeld de leerstof in zes sleutels. Met deze zes sleutels kunnen leerlingen elke tekst openen.
De sleutels van Lezen in beeld:
• Verken de tekst.
• Lees de tekst. Denk vooruit bij het lezen.
• Controleer of je begrijpt wat er staat.
• Bepaal de bedoeling van de schrijver.
• Verwerk de informatie uit de tekst.
• Kijk terug. Trek conclusies.

Een blok van Lezen in beeld beslaat standaard vier weken. Elk blok heeft een eigen thema. Die thema’s komen elk jaar - in dezelfde vaste volgorde - terug. Dat is voor de leerlingen heel herkenbaar.
De thema’s zijn:
• blok 1: omgeving
• blok 2: natuur
• blok 3: reizen
• blok 4: gevoel
• blok 5: verhalen
• blok 6: samen leven
• blok 7: cultuur
• blok 8: andere tijden

Alle blokken van Lezen in beeld zijn op dezelfde manier opgebouwd. De eerste drie weken bevatten de basislessen; aan het begin van de vierde week is er een toetstaak. Elk blok zet één leesstrategie centraal. De toetsles maakt duidelijk of kinderen de doelen van het blok hebben bereikt. Is dit niet het geval, dan maken ze in de vierde week een herhalingstaak. De andere leerlingen gaan aan de slag met plustaken.

Tutorlezen

Een aantal keren per jaar zijn we bezig met tutorlezen. Dit is een vorm van lezen waarbij oudere kinderen met een hoger leesniveau, jongere kinderen helpen. De kinderen die hulp geven, doen dit op vrijwillige basis en krijgen training voordat met de hulp wordt begonnen. Tutorlezen wordt zo’n 4 keer per jaar ingepland. Deze vorm van lezen vindt, voor een aantal weken, aan het begin van de ochtend of aan het begin van de middag plaats. Dit is afhankelijk van de roosters van de groepen.

Terug naar Lesmethoden